Referentiefuncties Dierhouderij

Functiecategorie

Functieschaal

Leidinggevend


Zoeken op oude referentiefunctienamen

Assistent dierverzorger I

Kenmerken van de referentiefunctie

De functie assistent dierverzorger I kan voorkomen op alle soorten van agrarische bedrijven waar dieren worden verzorgd t.b.v. fokken, mesten of de productie van dierlijke producten. De werkzaamheden kennen overwegend een kort cyclisch (dagelijks tot wekelijks) repeterend (terugkerend) patroon. Procedures, methoden, planning, volgorde en specifieke instructies zijn leidend. De focus ligt op het realiseren van de gewenste kwaliteit en snelheid bij het uitvoeren van de werkzaamheden. De assistent dier-verzorger I kan te allen tijde terugvallen op een fysiek aanwezige collega/leidinggevende. De functiehouder is verantwoordelijk voor het reinigen van de verblijfsruimten en faciliteiten van dieren, het assisteren bij dierverplaatsingen en verrichten van hand- en spandiensten. Hiertoe maakt hij/zij gebruik van benodigde hulpmiddelen (o.m. handgereedschappen). De (niveau-)verschillen tussen de assistent dierverzorger I en II worden aanvullend uiteengezet in de NOK-bijlage.

Organisatie

  • Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende
  • Geeft leiding aan: niet van toepassing
Resultaat­gebieden Taken Resultaatindicatoren
Reiniging verblijfs­­ruimten, facili­­teiten en rand­voor­waarden
  • schoonmaken en indien vereist ontsmetten van verblijfs-ruimten, apparatuur en gebruikte hulpmiddelen;
  • verzamelen en afvoeren van mest/afval naar de daartoe bestemde plaats.
  • volgens procedure en instructie;
  • kwaliteit en snelheid van werken;
  • reinheid verblijfsruimten en randvoorwaarden;
  • juist gebruik hulpmiddelen.
Assistentie dier­verplaat­sing
  • assisteren bij het begeleiden en transporteren van dieren op de locatie.
  • volgens procedure en instructie;
  • tevredenheid collega’s/derden;
  • dierenwelzijn.
Hand- en span­diensten
  • handmatig verplaatsen, stapelen en sorteren van ge- en verbruiksartikelen en (indien van toepassing) rapen van eieren.
  • volgens procedure;
  • juistheid/tijdigheid beschikbare hulpmiddelen.

Bezwarende omstandigheden

  • Hinder van temperatuurverschillen, stof, stank, vuil en vocht.
  • Uitoefenen van kracht bij het verplaatsen en corrigeren van dieren, het tillen en verplaatsen van materialen en te verrichten schoonmaakwerkzaamheden.
  • Incidenteel gedwongen houding bij transport/verplaatsing van dieren en bij reinigingswerkzaamheden.
  • Kans op letsel door uitglijden, dieragressie, vertillen, beknelling of infecties.

Het functieniveau wordt enkel bepaald door de inhoud van de functieomschrijving en niet door het competentieprofiel.

Kennis en vaardigheden

  • Beheersing van de basale kennis en kunde t.b.v. gebruik van beschikbare hulpmiddelen.
  • Kennis van de bedrijfsspecifieke voorschriften.
  • Geen ervaring vereist.

Competentieprofiel

Bedrijfsmatig handelend (1):
  • komt op tijd op het werk;
  • voorkomt verspilling van zaken waarmee gewerkt wordt.
Ethisch en integer handelend (1):
  • houdt zich aan de omgangsvormen en regels m.b.t. de mensen, de omgeving en het milieu die in het werk absoluut nooit mogen worden overtreden;
  • neemt de kwetsbaarheid van dieren in acht.
Instructie- en proceduregerichtheid (1):
  • werkt volgens eenduidige instructies en procedures;
  • volgt de door de leidinggevende gegeven (veiligheids-)instructies op.
Middelenbewustzijn (1):
  • is in staat zorg te dragen voor juiste toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen en gereedschappen;
  • gaat zorgzaam met materialen en middelen om.
Vakdeskundigheid toepassend (1):
  • is in staat in een vlot tempo door te werken;
  • is in staat eenvoudige routinematige beroepshandelingen correct uit te voeren.

Functie-indeling - Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK)

Assistent dierverzorger I Assistent dierverzorger II
Aard van de werkzaamheden
  • Reiniging verblijfsruimten, faciliteiten en randvoorwaarden (focus ligt op schoonmaken).
  • Assistentie dierverplaatsing (focus ligt op intern transporteren (“omhokken”) van dieren volgens opdracht).
  • Hand- en spandiensten (focus ligt op uitvoeren van ondersteunende handelingen).
  • Verzorging verblijfsruimten, faciliteiten en randvoorwaarden (focus ligt op schone, nette, ordelijke verblijfsruimten en bestrijding plaagdieren).
  • Assistentie dierverzorging (focus ligt op het assisteren van collega’s bij dierverzorging).
  • Reparatie en ondersteuning (focus ligt op uitvoeren van ondersteunende handelingen én verrichten van kleine reparaties aan verblijfsruimten).
  • Functiehouder rijdt indien nodig op een tractor.
Vrijheidsgraden
  • De werkzaamheden kennen overwegend een kort cyclisch (dagelijks tot wekelijks) repeterend (terugkerend) patroon.
  • Procedures, methoden, planning, volgorde en specifieke instructies zijn leidend.
  • Collega/leidinggevende is te allen tijde fysiek aanwezig om op terug te vallen.
  • Idem I.
  • Procedures, methoden en specifieke instructies zijn leidend. Er is enige vrijheid in het organiseren van het eigen werk (volgorde, prioriteit). Functiehouder moet situaties constateren die een aanpassing van de reguliere werkvolgorde of normale tijdsbesteding vragen.
  • Collega/leidinggevende is consulteerbaar, operationele werkzaamheden worden afgestemd met op locatie aanwezige personen (collega’s/ leidinggevende e.d.).
Functiebenamingen (oud)
  • 04.01 Algemeen medewerker
  • 04.06 Assistent dierenverzorger